Geïnspireerd door mijn hike trip naar de Picos in Noord Spanje vorig jaar besloten we om dit jaar met de familie naar Baskenland te gaan. Het werd Hendaye het laatste Franse stadje voor de grens met Spanje. 

We begonnen vroeg aan de ruim 1200km lange reis. Het was de eerste keer met de elektrische Elroq op zomervakantie. We hadden nog niet echt een idee hoe vaak we onderweg op zouden moeten laden. De Elroq heeft op papier een bereik van 579km maar met volle bepakking en een dakkoffer wordt dat snel minder. 

Het reed gelukkig lekker door, alleen bij Parijs een half uurtje vertraging. Het laden ging prima, er zijn overal genoeg laadplekken langs de snelweg maar we moesten af en toe wel 5 minuten wachten tot er een paal beschikbaar kwam. Het duurt wel echt erg lang om hem vol te laden, je bent zo 35 a 40 minuten verder. Bovendien blijft er van die 579 geadverteerde kilometers weinig over wanneer je 130km per uur rijdt. Het bereik was hooguit 350km met een 100% opgeladen accu. Langs de snelweg laad je altijd maar tot 80% op omdat die laatste 20% enorm traag gaan. We moesten om de 200 km laden en dat betekend dus dat je na elke 2 uur rijden weer 40 minuten moest laden. Dat maakt de reis wel heel erg lang. We reden de eerste dag tot het plaatsje Niort, zo’n 830km in ca 12 uur.

De volgende dag moesten we nog 400km naar Hendaye. Er woedde bosbranden rondom Bordeaux waardoor we een stuk binnendoor moesten rijden. We hebben geen branden gezien maar bij de péage roken we het wel heel goed. De vertraging viel mee, om half 3 kwamen we aan op de camping. In Frankrijk zijn alle supermarkten op zondag dicht dus we reden even naar Spanje om daar wat boodschappen te doen. Hendaye ligt tegen de Spaanse grens aan en in het naastgelegen dorp waren de supermarkten wel open.

We besloten om op de camping bij het restaurant een pizza te halen. Wij vinden koken op de camping altijd maar en hoop gedoe dus dat proberen we zo min mogelijk te doen. Een goed restaurant op de camping is dan altijd wel erg fijn maar helaas was de pizza echt ontzettend smerig. Slap, aangebrand en bitter, echt heel ranzig. 

De camping was verder wel oké. Iedere kampeerplek had zijn eigen douche en toilet in het gezamenlijke sanitairgebouw, dat hadden we nog niet eerder gehad. De kampeerplekken waren heel erg ruim en we hadden flink wat schaduw. Er waren veel Nederlanders dus dat was voor Gijs leuk. Er was een grote voetbalkooi waar hij gelijk vrienden maakte. 

Terwijl Gijs aan het voetballen was liepen wij ‘s avonds nog een rondje naar de Rochers des deux Jumeaux. De twee rotsen in de zee die op elke Hendaye souvenir gebruikt worden. Mooie wandeling door het domein van het Abbadia kasteel. 

Maandag deden we niks, even settelen op de camping. De campinganimatie organiseerde een boogschiettoernooi, dat was erg leuk. ‘s Avonds verkenden we het stadje. We liepen over de lange boulevard. We hadden een groot toeristisch gedoe verwacht maar dat viel erg mee, er waren maar een aantal restaurantjes en wat souvenirwinkeltjes. Het was lekker weer en er lagen veel badgasten op het strand. We zagen ook veel surfers bezig. Hendaye en eigenlijk heel de Atlantische kust is erg geliefd bij surfers. Hendaye is bij uitstek goed voor beginnende surfers en ik had voor Gijs en mij ook al direct surflessen geboekt.

 

Dinsdag hadden we de eerste les. De golven waren fors, maar het strand bij Hendaye loopt heel geleidelijk af, waardoor je een lange, rollende branding hebt. Perfect voor beginners en kleinere kinderen. Gijs klom binnen no-time op zijn surfboard. Ik was aan het einde blij dat ik er een aantal keer op was geklommen en kon blijven staan. Ik was gesloopt, wat is dat intensief zeg. Het gevecht om door de golven heen te komen naar de plek waar je klaar moet gaan liggen is al heftig. Maar jezelf op zo’n wankel board omhoog drukken en gaan staan is ook echt zwaar voor een niet al te sportieve kantoordollo van 41. En dan zit je ook nog eens met je vadsige voorkomen in zo’n veel te strak wetsuit geperst :). Maar het was wel heel erg tof. 

.

Op woensdag hadden we weer surfles. De golven waren veel kleiner dan de vorige dag. Het ging wel iets beter dan de dag ervoor maar ik was nog niet echt tevreden over mijn progressie, het is echt moeilijk. Gijs ging goed, zijn techniek was volgens Greg van de surfschool al erg goed. Hij durfde alleen niet heel ver de zee in. Het is ook wel erg heftig voor zo’n klein mannetje met zo’n enorm board.

In de avond reden we naar Biarritz, een surfoord 40 minuten noordelijk van Hendaye. We liepen een stuk langs de boulevard en aten wat in het stadje. Op het strand was een kunstenaar bezig om met een hark en wat stokken kunstwerken in het natte zand te maken. Gijs was er erg van onder de indruk.

Donderdag vertrokken we bijtijds naar Bilbao, de grootste stad in Spaans Baskenland. Het is een mooie, schone stad met een leuk oud centrum en natuurlijk het Guggenheim museum. Gijs wilde op zoek naar lego, cars autootjes en voetbalshirtjes dus het werd voornamelijk een dagje winkelen. Omdat Noortje pijn had in d’r heup zijn we maar heel even in het museum geweest. Er waren ook niet echt leuke exposities helaas. Ik was er vorig jaar ook al geweest, toen was er nog een toffe expositie van Refik Anadol.

Vrijdag was het weer wat minder. We hadden surfles maar er waren bijna geen golven, dan is er echt geen reet aan. Heel de tijd wachten tot er misschien een golf aankomt waar je wat mee kan. We stopten eerder, dat vond de surfleraar niet zo leuk geloof ik maar fuck hem, onze vakantie. ‘s Avonds reden we nog even naar het centrum van Hendaye om een hapje te eten. Naast het toeristische gedeelte bij de boulevard is er ook nog een klein centrum waar een paar eettentjes zitten. We zagen op het nieuws dat er overal bij de kust waar wij zaten portugese oorlogsschepen op het strand waren aangespoeld. Dat zijn van die kwallen met meterslange tentakels die je kunnen verlammen, gezellie!

Zaterdag was de laatste surfdag en de golven waren perfect. In het begin ging het voor geen meter, ik was klaar om op te geven maar toen opeens kreeg ik de smaak te pakken en klom ik er achter mekaar op. Mijn knieën waren op het eind helemaal geschaafd van het ruwe surfboard. Gijs haakte af, die was moe en liep over alles te klagen. Te hoge golven, te breed surfboard, zere benen, het was even op voor hem. 

In de avond liep ik nog even alleen vanaf de camping naar beneden, naar de boulevard. Altijd erg fijn om er alleen op uit te gaan. In de vakantie zie je mekaar opeens full time en dan is het toch wel lekker om er af en toe even alleen op uit te gaan. Muziekje op en even geen rekening houden met een ander. Het was al wat later en het licht was zacht. Het water stond hoog en er werd nog volop gesurft, mooi beeld zo met de tweeling op de achtergrond. 

We hadden de surfles samen met een echtpaar uit Bilbao en hun 4 kinderen. Ze kenden de omgeving goed en gaven als tip om eens naar de Bentas te gaan bij Col d’Ibardin. Op de grens tussen Frankrijk en Spanje zijn van oudsher handelsposten waar voornamelijk de Fransen goedkope producten zoals drank en tabak uit Spanje kopen. Ik stelde het me heel idyllisch voor met smokkelroutes door de bossen en zo’n schimmige herberg waar je fluisterend een biertje moest bestellen. Niets van dat, gewoon een grote straat met grote supermarkten en eettentjes. 

Je zou er ook mooi moeten kunnen wandelen maar dat vonden we ook een beetje tegenvallen. We liepen voornamelijk over een slecht onderhouden pad door de bossages met vrijwel geen uitzichtpunten. Het was ook erg heet dus halverwege het komoot rondje haakten we af. We aten nog wat bij een van de Bentas, dat was dan wel weer prima. Terug naar de camping. 

In de avond zijn we nog even naar het strand gegaan. We hadden inmiddels ontdekt dat er een gratis campingbus reed die langs alle campings naar de boulevard reed. Wij hadden elke keer de reguliere bus betaald, lekker hendayig. Het was gek druk op het strand. Vooral als het ’s avond vloed is werd het strand steeds kleiner en werden alle strandgangsters op elkaar geperst.

Maandag zijn we eind van de dag naar San Sebatian gegaan. Dat was vorig jaar de eerste stop toen ik naar de Picos onderweg was en ik was er toen erg van gecharmeerd. We reden eerst omhoog naar Monte Igueldo, een klein attractiepark op een berg. Ik had op de Insta de Rio Misterioso voorbij zien komen, een waterattractie in het park waar je in een bootje zit en prachtig uitzicht hebt over de baai en de stad. Het was wel even zo’n Instagram vs reality momentje. Een wachtrij van 30 minuten voor een boottochtje van anderhalve minuut maar het uitzicht was wel echt fantastisch. Al had je datzelfde uitzicht ook gewoon vanaf de uitkijkplatformen in het park 🙂 .

We scoorden nog wat prijzen met ballengooien en reden daarna terug naar beneden naar het stadje. We aten pinxto’s (tapas) in het oude centrum. Wel leuk om zomaar wat dingen te bestellen zonder dat je weet wat het is. Het toetje was appelmoes met slagroom, das niet een hele geslaagde combinatie als je het ons vraagt. Het zag er op het plaatje uit als ijs. 

We winkelden nog wat, schoten nog wat tonijn tegen het plafond in de Flying Tiger en gingen op zoek naar ijs. Beter dan de appelemoes. Het was heel de tijd bewolkt geweest maar doordat het aan de horizon opklaarde hadden we nog een prachtige zonsondergang. In het donker reden we terug naar de camping. 

Voor dinsdag had Noort elektrische fietsen gereserveerd. Ik ben er altijd een beetje huiverig voor om te gaan fietsen in het buitenland want vaak rij je over een weg waar auto’s je met 80 km/u voorbij scheuren. Maar er was hier een heel tof fietspad. Eerst helemaal langs de haven over houten vlonders en vervolgens over een oud treinspoor langs een rivier door allemaal hele donkere tunnels. De rails lagen er niet meer, maar het was een gravelweg waar ooit rails gelegen hadden.

Het was voor Gijs de eerste keer op een elektrische fiets, we hadden het kleinste volwassen model gereserveerd en dat ging prima, hij vond het erg leuk. We hadden niet echt een bestemming, maar we besloten om wat te gaan eten in Bera. Dat lag langs de route van het treinspoor op ongeveer een uurtje fietsen vanaf Hendaye. Eenmaal daar bleek een groot dorpsfeest te zijn, Berako Bestak, een van oorsprong katholiek feest waarbij de beschermheilige van het dorp geëerd wordt met zang en getrommel. We aten wat in een overvolle kroeg met beschonken locals in kleding in de kleuren van hun vriendengroep. Grappig dat we daar zomaar in terecht waren gekomen. 

In de avond reed ik alleen even naar het naastgelegen Spaanse plaatsje Hondarribia. Dat was echt een verrassend leuk stadje met allemaal fraaie Baskische gebouwen en een mooi oud centrum. De entree het stadje in was ook heel erg tof. Via drie roltrappen rol je zo de lager gelegen stad binnen, heel apart. Ik vond dit eigenlijk het leukste stadje waar ik heel de vakantie geweest ben, echt heel sfeervol. Ik liep een rondje en maakte wat foto’s. We besloten om er de volgende dag met z’n drieën heen te gaan om wat te gaan eten. 

Donderdag zou het weer wat minder zijn in Hendaye. De temperaturen in deze hoek zijn vrijwel altijd redelijk gematigd. Dat was dan ook een van de redenen dat we naar deze regio wilden. Het was heel de vakantie zo 24 tot 28 graden maar wel geregeld met wat bewolking. Net iets te veel eigenlijk. 

We besloten om nog maar een stadje te gaan bezoeken. We reden naar Pamplona, anderhalf uur het Spaanse binnenland in. Het is een mooie stad, bekend van het stierenrennen. We liepen een rondje over de stadsmuren en door het oude centrum, Het was wel oké maar we hebben wel iets te veel stadjes bezocht deze vakantie, op den duur heb je het dan ook wel weer gezien.

Van de vrijdag maakten we nog een stranddagje. Het was inmiddels weer stralend zonnig. De golven waren perfect, dus we huurden nog een surfplank om nog wat aan te klooien. We probeerden ‘s avonds toch het restaurant op de camping maar een keer en dit keer was het wel goed. Beetje jammer dat ze het de eerste dag verkloot hadden anders hadden we er wel vaker gegeten. 

Zaterdag pakten we in en reden we in een keer terug naar huis. Om wat minder te hoeven laden reden we bijna heel de weg 115 km per uur, ook waar je 130 mocht, dat is wel echt taai hoor. Om half twee ‘s nachts waren we thuis.

Wasan!