Omdat het maandag koningsdag was en we van Gijs z’n speelgoed af moesten, vertrokken we pas dinsdag richting Texel. We hebben een nieuwe auto en een nieuwe tent dus het was even puzzelen / aankloten om alles in de auto te krijgen. Omdat we van de zomer naar Frankrijk gaan was dit een soort proefkampeersessie dus we wilden het volledige kampeerspul meenemen. 

We rijden nu in een elektrische Skoda Elroq dus ik wilde ook even testen of het met volledige bepakking en dakkoffer nog te doen is qua range. Een zwaarder beladen auto en de luchtweerstand van de dakkoffer zijn van negatieve invloed op het rijbereik en ik wil van de zomer richting Frankrijk niet teveel moeten stoppen. We vertrokken met ca 500 km bereik en bij aankomst was daar nog maar 190 km van over. Het ritje kostte dus 310 km accu terwijl het in werkelijkheid maar 190 km rijden is. En dat terwijl we netjes 100 reden. Door Frankrijk rijden we minimaal 130 dus dan gaat het nog een keer zo snel. Ik denk dat we richting Zuid Frankrijk wel om de 2 a 2,5 uur moeten laden, dus dat we 4 a 5 keer moeten stoppen. Ik ben benieuwd.

Voor de boot hoef je niet te reserveren maar we kochten onderweg even een ticket zodat we misschien sneller door konden rijden. Dat was ijdele hoop, we moesten gewoon achteraan aansluiten. We hebben ruim een uur staan wachten in Den Helder voordat we aan boord konden. Rond 4 uur kwamen we aan op camping De Krim bij het plaatsje De Cocksdorp, helemaal in het noorden van Texel. Het was zonnig maar er stond een harde koude wind. Het was wel even kutten om de nieuwe tent op te zetten. Op het instructiefilmpje leek het een makkie, maar om hem goed strak te zetten was nog best een gedoe. Alles was nog erg stug door de nieuwigheid en de harde wind hielp ook niet echt mee. Na 2 uur stond ie en was alles ingericht. Gijs had ondertussen de pumptrack ontdekt, dat hadden we nog nooit gedaan. Het is een soort miniparcour met hobbels en kombochten waar je met je skateboard, step of skates doorheen kan racen, echt super leuk. We aten een pizzaatje op de camping want na de strijd met de tent hadden we grote honger. 

Ondanks dat het zonnig was, was het toch behoorlijk koud. Door de frisse harde wind lag de gevoelstemperatuur overdag rond de 8 graden. ‘s Nachts was het echt enorm koud. We hadden voor het eerst van die schuimrubber luchtbed matrassen mee, dat scheelde een hoop kou vanuit de grond. We hebben op het punt gestaan om hele dure te kopen van Nomad, maar toen zagen we ze van Froyak (Action) voorbij komen voor een schijntje van de prijs. Ze sliepen erg goed maar ze zijn opgerold wel een stuk groter dan onze oude luchtbedden dus of het echt een blijvertje is weet ik nog niet zo, het neemt wel erg veel plek in beslag in de auto.

De volgende ochtend werden we wakker met de zon op onze tent. We haalden broodjes bij het winkeltje maar ontbeten in de tent want het waaide hard en de wind was erg fris. De camping is prachtig, keurig onderhouden maar wel enorm groot. Er zit van alles, een game hall, bowlingbaan, fietsverhuur,  restaurant, snackbar en zelfs een kapper. Het is echt zo’n happy family camping, helemaal ingericht op kinders. Het binnenzwembad is ook groot met leuke glijbanen en een hele toffe wildwaterbaan waar je buitenom door 5 draaikolken naar beneden moet zien te komen, best intensief. Gijs vond het fantastisch. 

Bron: Camping De Krim, Texel

In de middag reden we naar de vuurtoren die op het meest noordelijke punt van Texel staat. Altijd leuk zo’n landmark in de buurt. We liepen een rondje en lunchten op het terras van de strandtent, uit de wind was het heerlijk. In de middag childen we wat op de camping. Ik reed ‘s avonds nog een keer naar de vuurtoren om wat foto’s te maken met de warme kleuren van de ondergaande zon. Het was echt fantastisch mooi op het strand, de aanhoudende harde wind blies het zand laag over de grond waardoor het leek alsof er mist over de grond trok, echt heel fraai. Mooie dag.


Voor donderdag hadden we wadlopen gereserveerd, dat is waarvoor we naar Texel gingen. Ik kwam het wadlopen tegen in een Lonely Planet boek “Epische hikes in Europa”, het staat internationaal bekend als een hike die je ooit gedaan moet hebben. Het waaide nog steeds enorm hard maar het was ook nog steeds stralend zonnig. Met korte broek, windjack en oude gympen liepen we onder leiding van gids Margreet het wad op. Het was best een uitdaging, af en toe zakte je tot aan je enkels weg in het slib. Het was ook erg glad, dus soms was het even zoeken naar balans. Met een spitvork en wat schepnetten gingen we op zoek naar de diertjes die leven op de bodem van de Waddenzee. We zagen krabben, pieren, mossels, oesters, kwallen en kleine visjes. Margreet, dochter van de oud vuurtorenwachter wist veel te vertellen en ze maakte er een leuke interactieve en educatieve wandeling van. Toch voelde ik me nog niet helemaal voldaan na de wandeling, ik wil eigenlijk nog een keer van het vaste land naar een waddeneiland lopen, dat is echt wadlopen.

Onze schoenen gingen direct de prullenbak in. We spoelden onze benen even af op de camping en reden door naar Den Burg om wat te winkelen en om wat te eten. Den Burg is het grootste stadje van het eiland maar niet per se het meest toeristische. Het is er gemoedelijk met leuke straatjes met oude panden, prima om even rond te lopen. In de late namiddag kwamen we weer terug op de camping.

Gijs wilde nog naar het zwembad dus hup nog even 20 keer van glijbaan. In de avond reden Noor en ik nog maar een keer naar de vuurtoren om een klein strandwandelingetje te maken. Ik wilde nog een dronefoto maken van de vuurtoren, dat was door de harde wind nog niet gelukt. Eigenlijk mag je nergens op de wadden dronen maar ik heb het heel stiekem gedaan, hihi. Eigenlijk alleen even omhoog op het punt waar ik stond dus nou niet gaan zeiken oke?!

Vrijdag wilde Gijs graag heel de dag op de camping blijven. Beetje pumptracken, zwemmen en lego bouwen. Hij kwam een bekende van zijn korfbalvereniging tegen op de camping, die waren er blijkbaar ook al vanaf dinsdag. Heel de dag op de camping hou ik niet vol, daar heb ik de rust niet voor. We lieten Gijs achter en maakten nog een wandeling bij de Slufter, een vallei waar de Noordzee tussen de duinen door het eiland binnen kronkelt. Het was niet echt een boeiende wandeling maar wel oke voor de dagelijkse stappen. Het was inmiddels wel echt lekker weer. Nog wel behoorlijk wat wind maar gelukkig niet meer zo fris als aan het begin van de week. We haalden Gijs op op de camping om een ijsje te gaan eten bij een boerderij vlakbij waar ze ijs maken van de melk van hun eigen koeien. Was oke, niet echt lekkerder dan elders eigenlijk. We reden nog even naar de “I Love Texel” letters in De Cocksdorp voor een fototje.

We hadden inmiddels gezien dat het weer zou gaan omslaan. In de nacht van zaterdag op zondag zou het erg hard gaan regenen. We besloten om een dagje eerder te vertrekken. Een natte tent inpakken is echt kut namelijk. Toen we zaterdagochtend wakker werden, zagen we dat het ook in de ochtend al zou gaan regenen. We haastten ons om voor de buien ingepakt te zijn. Dat lukte precies, nog geen vijf minuten nadat we de auto volgeprakt hadden begon het te regenen. We dronken nog wat op de camping en vertrokken naar het Juttersmuseum in De Koog. Het was best vermakelijk, bizar wat ze allemaal vinden langs het strand. Jutten is niet legaal, in een film die werd getoond vertelde de oprichter van het museum hoe ze ‘s nachts aangespoelde containers leeg roofden. Stelletje teringboeven.

Na het museum reden we nog even De Koog in om wat te eten. De Koog is wel echt zo’n typisch toeristendorp. Het deed me denken aan Renesse met veel souvenirshops en eettentjes. Heel Texel deed ons overigens denken aan Zeeland en het gebied rond Ouddorp op Goeree Overflakkee. Duinen, strand, strandtenten, vuurtoren, souvenirshops, duitsers, alles krek eender. Het enige wat ze daar niet hebben is een camping met zo’n goed zwembad en een pumptrack zover ik weet. 

Noor en Gijs kochten nog een trui, ik een pet, iedereen blij. Om vier uur namen we de boot terug naar het vasteland. Om half zeven waren we thuis. Het was een korte maar leuke Meivakantie maar ik denk niet dat we nog eens terug gaan, het lijkt echt te veel op Zeeland. Dat is veel dichterbij en daar  hoef je niet anderhalf uur op de veerboot te wachten.