Ik had nog nooit een hike trip in het najaar gedaan. Omdat we met de auto zouden gaan lieten we de bestemming tot op het laatste moment open, we lieten het weer bepalen. Het initiële plan was om naar de Picos de Europa in Noord Spanje te gaan. Het beloofde daar prima weer te worden dus vamos. We reden vroeg weg op zondag. Het reed lekker door dus we reden aan een stuk door naar San Sebastian in Spanje net over de grens van Frankrijk.
Na wat gekloot bij de check-in bij het hostel liepen we het stadje in. San Sebastian is prachtig gesitueerd rondom een grote baai met een mooie lange boulevard en uitgestrekt zandstrand. Er hing een heerlijke nazomer vibe, we konden weinig andere buitenlandse toeristen ontdekken. Het was al wat later op de middag en de zon hing laag aan de horizon. Er vormde wat nevel en het licht was prachtig. De stad reflecteerde in het laagje water dat bleef staan op het strand na elke golf. We doken de zee in, de golven waren enorm en het water lekker fris.





De zon zakte de zee in, we liepen door naar het oude centrum om wat te eten. Overal zaten eettentjes waar de lokale pintxos geserveerd werden, een soort tapas maar dan altijd op of met een stokbroodje. Er werd flink gezopen in het centrum. In de smalle straatjes plakten we her en der vast aan het plaveisel door de gemorste drank.

We liepen terug naar het hostel. Ik had nog nooit in een hostel geslapen dus ik wist niet echt wat ik ervan kon verwachten. We sliepen op een kamer van zes dus er lagen nog wat vreemden bij. Nu wil het zo zijn dat ik best wel een beetje snurk, vooral als ik een paar pintjes op heb en daar waren onze slaapgenoten niet echt gecharmeerd van 😅.


We vertrokken vroeg richting Bilbao. Het was nog lekker zonnig maar het zou in de middag een beetje gaan regenen. Bilbao is vooral bekend van het Guggenheim museum door architect Frank Gehry. Het is echt een waanzinnig gaaf gebouw. De titanium platen die als schubben zijn aangebracht op de organische façaden laten het gebouw tot leven komen in het zonlicht.


We liepen een rondje door de Baskische stad. Baskenland is een autonome regio in Spanje met een eigen taal, eigen belastingstelsel en zelfs eigen wetten. Daar merk je als toerist niet veel van, je ziet alleen overal de Baskische vlag in plaats van de Spaanse. Het is een verrassend leuke gemoedelijke stad met een goede mix van moderne en klassieke architectuur.
In de middag kwam zoals verwacht de regen, mooie gelegenheid om het Guggenheim museum van binnen te bekijken. Van binnen is het al even spectaculair als aan de buitenkant. Enorme glazen puien in het atrium en gigantische ruimtes met de meest waanzinnige vormen, daar moeten wel een paar stucadoors helemaal knettergek geworden zijn.


De tentoonstellingen waren ook zeer de moeite waard. De permanente tentoonstelling The Matter of Time van Richard Serra waarbij enorme geroeste stalen sculpturen staan opgesteld in een enorme ruimte is erg tof. Je loopt door de sculpturen heen en doordat de wanden ervan golven en diagonaal zijn geeft dat een bijzonder vervreemdend gevoel. Je wordt er bijna duizelig van.





De videokunst van de Turkse kunstenaar Refik Anadol was ook erg goed. Je neemt plaats in een ruimte waarin rondom een projectie te zien is. Er worden continu organische vloeibare abstracte visuals geprojecteerd afgewisseld met een fotoshow van de architectuur van Frank Gehry. Heel apart

We reden door, op naar de Picos. Dat was nog vier uur rijden en omdat het al wat later in de middag was maakten we een tussenstop op een verschrikkelijke camping vol met stacaravans net boven Santander. We hadden het laatste plekje, achter een lantaarnpaal. De camping was wel erg fraai gesitueerd aan een enorm zandstrand. Ondanks het regenachtige weer waren er toch nog surfers bezig.


Het dorpje waar we zaten was uitgestorven, het was duidelijk einde seizoen. Een paar kilometer verderop was er nog wel een surfbar open. Ze draaiden er een voor mij onbekend album van Coldplay die ik sinds Viva la Vida uit het oog ben verloren. Altijd leuk om tijdens het reizen nieuwe muziek te ontdekken, de muziek en de plek blijven dan altijd met elkaar verbonden. De plaat van de vakantie werd trouwens Turnstile – Never Enough waar Albert Jan mee aan kwam zetten. Sindsdien grijs gedraaid en nu onlosmakelijk verbonden met de Picos en San Sebastian. ‘s Avonds dronken we nog wat pils in de lokale kroeg/pizzeria voordat we achter onze lataarnpaal de tent in kropen.


De volgende ochtend vertrokken we vroeg richting de Picos. We waren van plan om een aantal dagen op hoogte te blijven dus we sloegen genoeg water en eten in om dat te overleven. De toegangsweg naar het gebergte is erg fraai. Je rijdt over een slingerweg door een vallei tussen enorme rotswanden. We parkeerden de auto bij Fuente Dé, een kabelbaan die je meteen naar 1800m hoogte brengt.


We waren van plan om een soort huttentocht te doen. We hadden ons niet echt ingelezen, we wisten wel dat er hutten waren maar niet of er voorzieningen waren dus we namen alles mee, tent, slaapspullen, water en eten. We hadden een gps route gevonden naar Refugio Jermoso, ongeveer 8 kilometer en 800 hoogtemeters. Het was een andere route dan wat alle dagjesmensen deden dus dat was top, we liepen vrijwel de gehele route alleen. Ondanks de geringe afstand had ik het er best zwaar mee. Het was warm en de tas enorm zwaar, ik kwam er niet lekker in.

Het was wel echt een fantastische hike. De Picos zijn erg ruig, bomen en struiken zijn er niet te vinden. We hadden prachtige vergezichten over uitgestrekte valleien en zo nu en dan kwamen we een groep gemzen tegen.




Rond half zeven arriveerden we bij de prachtig gelegen berghut. Tot onze verbazing was het een grote hut met een keuken en zelfs koud bier van de tap. We dronken wat bier op het terras terwijl er verschillende andere hikers arriveerden. We maakten kamp ergens naast de hut. De zonsondergang kleurde de bergen warm geel, het uitzicht was heel fraai. Wat een super toffe plek. We zaten op 2300+ meter hoogte en het begon fris te worden onder de kraakheldere hemel. We warmden een zakje voer op en smikkelden het op in de hut.






Omdat we nog niet echt een route hadden voor de volgende dag vroegen we wat tips aan wat mensen in de hut. De volgende berghut die we in ons hoofd hadden bleek alleen bereikbaar voor alpinisten (echte bergbeklimmers). We kregen als tip om naar berghut Veronica te lopen. Toen we de berghut uit liepen was het ongekend mooi buiten, zo’n heldere sterrenhemel had ik echt nog nooit gezien. Duizenden sterren en zelfs de melkweg was met het blote oog te zien. Ik probeerde met mijn camera om deze vast te leggen en dat lukte aardig.


De volgende ochtend vertrokken we richting de volgende hut. We moesten eerst een stuk dezelfde weg terug lopen om vervolgens een afslag te nemen richting de andere berghut. Het was wederom erg warm en de klimmen waren nog steiler dan de vorige dag. Het pad liep voornamelijk over losliggend puin, bij elke stap gleed je weg en moest je het gewicht van de tas zien te balanceren. Tegen het einde zo rond 4 uur in de middag met de berghut in het zicht, werd het zelfs echt klimwerk. We klauterden over de grillige witte rotspartijen vol diepe groeven langs een diepe afgrond. Goed opletten met zo’n zware tas op de rug.



We kwamen aan bij de berghut. Dat was wel even wat anders dan de hut van de vorige dag. Het was een piepklein glimmend bolletje, een soort sterrenwacht. Maar er was wel koud bier. We ontmoetten een jong Nederlands stel waar we even wat mee dronken.


Er was bij deze hut niet echt een goede plek om de tent op te zetten dus we besloten om verder te lopen naar het groenere lager gelegen gedeelte bij de lift waarmee we de volgende dag omlaag wilden gaan. Dat was nog eens anderhalf uur lopen, ik was er wel klaar mee. Om half zeven, na een lange warme dag, gooiden we de tent op. We childen nog wat bij de ondergaande zon. We hadden niet meer genoeg water om avondeten te maken dus we moesten het doen met wat hartkeks. Er kwam nog een kudde schapen voorbij onder begeleiding van een aantal honden. Er schijnen wat beren te leven in de Picos dus die honden waren waarschijnlijk bedoeld om de beren af te houden, spannend. ‘s Nachts hadden we wederom een prachtige sterrenlucht. Waakzaam voor beren maakte ik nog wat foto’s.




De volgende ochtend hadden we weer een prachtige zonsopgang. Boven de bergen waar we vanaf gestrompeld waren de vorige dag cirkelde grote gieren rond. Ik liet mijn drone nog even op om wat toffe beelden te maken van de mooie zonsopkomst. We namen de eerste lift terug naar het dal. Ik wilde nog een andere route lopen aan de andere kant van het nationaal park. Dat was nog ruim 1 uur en drie kwartier rijden. We stopten onderweg nog even in het mooie plaatsje Potas waar we op de heenweg ook al doorheen gereden waren. We liepen een klein rondje en sloegen rantsoen in voor de hike.

We reden door naar de start van Ruta de Cares, een van de bekendste hikes door de Picos. Deze route lag een stuk lager en het was echt snikkelheet. Het is een route langs de rivier de Cares. Ik had verwacht dat je er langs de rivierbedding zou lopen en er misschien zelfs af en toe wel in kon springen om af te koelen. Maar het pad liep op hoogte in de volle zon. Het eerste gedeelte was ook nog eens ongeveer 2 kilometer lang, vrij stijl omhoog. Mijn shirt kon je uitwringen, ik zweette als een otter. Het was wel mooi hoor maar anders dan ik me had voorgesteld. Verderop was het pad ineens afgezet vanwege vallend puin. We liepen, net als alle andere toeristen, toch nog een stukje door, maar heel relaxed loop je daar dan ook niet. Je zag inderdaad overal verse stenen op het pad liggen. We besloten om terug te gaan en op zoek te gaan naar een plek waar we af konden koelen.





Na drie dagen hiken besloten we om terug naar de kust te rijden, weg uit de Picos. We zochten camping langs de kust. We kwamen uit bij Kampaoh Pechón, een luxe glamping waar honderden ingerichte witte tentjes stonden. Prachtig gelegen op de kliffen met aan twee kanten een lager gelegen zandstrand, nabij een riviermonding. Wij stonden ergens op een veldje achteraf dus dat was wel wat minder idyllisch. Het weer was aan het omslaan, het werd bewolkt. We hadden de mooiste dagen goed benut in de bergen. We liepen nog even naar het zandstrand en aten wat in het restaurantje.


Op vrijdag begonnen we aan de terugreis. We waren inmiddels zo’n 1600 kilometer weg van huis, te veel om in één dag te overbruggen. Ik had nog wat dingen opgezocht om onderweg te doen. We liepen Santander nog even in, maar dat is niet echt een aanrader. We bezochten nog wat toffe plekken aan de ruige noordkust en reden door tot net boven Bordeaux waar we op een camping municipal de nacht doorbrachten. Ik had er nog nooit van gehoord, maar in Frankrijk heb je dus gemeente campings waar je bijna voor niks kan overnachten.





Van ChatGPT hadden we de tip gekregen om op de terugweg nog even door het stadje Angoulême te gaan. We gingen er naartoe voor de street art maar het was toevallig ook het weekend van het Circuit des Remparts d’Angoulême, een historische autorace door de stad. De race was op zondag maar ook op deze zaterdag reden er overal luxe sportwagens en overal in de stad waren tentoonstellingen en autoshows. Erg leuk.





Dat was het weer dames en heren. Het was weer een top vakantie. Bedankt voor uw aandacht en tot de volgende keer.